Gezonde School-adviseur Wieke legt uit wat scholen kunnen doen op het gebied van mediawijsheid en hoe je dit samen met leerlingen en ouders oppakt.

Online gedrag heeft steeds meer invloed op wat er in de klas gebeurt. Leerlingen worden beïnvloed door groepsapps, algoritmes en nepnieuws. Daarom is mediawijsheid belangrijker dan ooit. Gezonde School-adviseur Wieke legt uit wat scholen kunnen doen en hoe je dit samen met leerlingen en ouders oppakt.
Leren wat je online ziet en doet
Mediawijsheid betekent dat leerlingen leren om bewust, kritisch en veilig met media om te gaan
, zegt Wieke. Het gaat daarbij niet alleen om sociale media zoals WhatsApp en Snapchat, maar ook om nieuws, games en andere online informatie. Het is belangrijk dat leerlingen leren nadenken over wat ze online zien, wat ze delen en wat dat met hen en anderen doet.
Jongeren gebruiken veel online media. Ze blijven ermee in contact met anderen, ontspannen en ontdekken wie ze zijn. Dat kan helpen bij hun zelfvertrouwen en identiteit. Tegelijk kan het ook zorgen voor stress, sociale druk en het gevoel dat je altijd bereikbaar moet zijn.
Een goede balans tussen online en offline is daarom belangrijk. Scholen kunnen hierin, samen met ouders, een waardevolle rol spelen.
Online gedrag stopt niet bij de schooldeur
Scholen zien dat wat er online gebeurt, ook binnen school invloed heeft op hun leerlingen. Kinderen reageren online soms anders dan in persoonlijke gesprekken
, legt Wieke uit. Ze sturen berichten of plaatsen reacties die ze in een direct contact niet zo snel zouden uitspreken.
Buitengesloten of genegeerd worden in een groepsapp kan net zo veel impact hebben als in het echt. En ook met een ‘telefoon in de kluis’-afspraak kan online gedrag toch een rol spelen tijdens de schooldag.
Als online gedrag de school binnenkomt
Ook op basisscholen wordt steeds vaker zichtbaar hoe online gebeurtenissen invloed hebben op wat er in de klas gebeurt
, vertelt Wieke. Zo had ik onlangs contact met een school waar een leerling zich buitengesloten voelde in een WhatsApp-groep. Dit zorgde voor onrust in de klas. Ouders en de leerkracht gingen hierover in gesprek en vroegen om ondersteuning.
Met behulp van gesprekskaarten sprak de klas vervolgens met elkaar over hoe je online met elkaar omgaat. Samen maakten ze duidelijke afspraken. Dat gaf de leerlingen heldere kaders en liet zien dat hun eigen online gedrag een positieve invloed kan hebben.
Mediawijsheid in het voortgezet onderwijs
Ook vanuit het voortgezet onderwijs is er veel aandacht voor mediawijsheid. Het fijne is: je hoeft niet meteen groot te beginnen. De pijlers van de Gezonde School helpen scholen om stap voor stap aan de slag te gaan. Een eerste stap kan bijvoorbeeld zijn dat je als school in kaart brengt wat je allemaal al doet, vaak blijkt dat er al veel gebeurt, zonder dat het zo benoemd wordt. Met hulpmiddelen zoals een checklist krijg je snel overzicht en kun je gericht verder bouwen.
Kleine aanpassing, grote impact
Soms zit het effect in iets kleins. Denk aan het moment waarop docenten cijfers bekendmaken. Als cijfers ’s avonds laat binnenkomen via het communicatieplatform van school, kan dat veel stress veroorzaken bij leerlingen. Door als school af te spreken dat je cijfers alleen tussen 8.00 en 17.00 uur bekend maakt, geeft dat leerlingen meer rust in de avond. Dat is mediawijsheid in de praktijk: bewust sturen op gezond digitaal gedrag.
Ouders betrekken
Ouders en opvoeders spelen een grote rol in de mediaopvoeding. Scholen kunnen ouders helpen om ook thuis met hun kind te praten over mediagebruik. Bijvoorbeeld door te wijzen op het aanbod van webinars en ouderavonden van Loes. Of door informatie en praktische tips op te nemen in hun nieuwsbrief. De mediadiamant is hiervoor een handig hulpmiddel. Zo werken school en ouders samen aan gezond mediagebruik.
Hoe ondersteunt een Gezonde School-adviseur?
Scholen krijgen steeds meer vragen over mediawijsheid. Soms na een incident, soms omdat ze zelf merken dat er iets speelt. We denken mee over beleid, lessen, ouderbetrokkenheid en wat haalbaar is
, zegt Wieke. Met praktische tools, zoals de ‘aan de slag tool’, bouwen scholen stap voor stap aan een aanpak die past bij hun situatie.
Tip van Wieke: Begin klein met bijvoorbeeld een teamgesprek. Wat vinden we belangrijk en wat zien we bij onze leerlingen? Van daaruit groeit een passende aanpak.