Werk je in de kinderopvang, bij een peuterspeelzaal of in het onderwijs?

Dan is de kans groot dat je wel eens met kindermishandeling of huiselijk geweld te maken krijgt. Als je vermoedt dat er iets aan de hand is, sta je er niet alleen voor.

Meldcode en aandachtsfunctionaris

Elk jaar zijn meer dan 100.000 kinderen in ons land slachtoffer van kindermishandeling, verwaarlozing of seksueel misbruik. Ook huiselijk geweld komt vaak voor. Daar willen we zo vroeg mogelijk een eind aan maken. Het kind en het gezin moeten zo snel mogelijk hulp krijgen. De meldcode helpt daarbij.

In de 'Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld' staat:

  • hoe je kindermishandeling of huiselijk geweld kunt herkennen
  • welke stappen je kunt ondernemen
  • bij wie je terecht kunt voor advies

De volgende stappen geven je houvast:

  1. Breng de signalen in kaart: wat zie je, wat hoor je, wat merk je? Denk ook aan de kindcheck. Leg dit vast in het dossier.
  2. Overleg met een collega en, als je wilt, met het Advies- en meldpunt kindermishandeling en huiselijk geweld: Veilig Thuis Twente.
  3. Voer een gesprek met de ouder(s), het kind of ouder(s) en kind.
  4. Maak een inschatting: hoe erg is het geweld of de kindermishandeling? Is er actie nodig?
  5. Zo ja, beslis welke actie nodig is, maak gebruik van het afwegingskader van de eigen beroepsgroep:
    a. zelf hulp bieden
    b. verwijzen naar een andere organisatie
    c. melden bij Veilig Thuis Twente.

Hulpverleners die werken met een meldcode grijpen vaker in dan hulpverleners die geen meldcode gebruiken. Het werken met een meldcode heeft effect. Daarom stelt de overheid het gebruik van een meldcode verplicht.

Iedereen die beroepsmatig met kinderen en gezinnen werkt, moet met een meldcode werken. Het gaat om organisaties binnen de gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning, jeugdzorg en justitie.

Het melden van een vermoeden van kindermishandeling of huiselijk geweld is niet verplicht. De beslissing om een vermoeden van kindermishandeling of huiselijk geweld wel of niet te melden neemt je zelf. Dat is vaak een moeilijke beslissing. De meldcode geeft je houvast.

Je organisatie moet een eigen meldcode vaststellen. In de meeste organisaties doet de stafafdeling dat. Vraag in jouw organisatie naar de meldcode.

Er is een basismodel 'Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling'. Dat kan je organisatie als voorbeeld gebruiken. Elke organisatie voegt eigen informatie toe aan de meldcode, zoals de taken van de verschillende beroepskrachten, belangrijke telefoonnummers en een eigen afwegingskader.

Verder heeft de overheid hulpmiddelen ontwikkeld voor bij het invoeren van de meldcode, zoals een standaard-presentatie en een checklist voor managers.

Stap 2 van het stappenplan is: overleg met een collega. De overheid adviseert elke organisatie om één of meer personen aan te wijzen die de taak van deskundige collega vervult: de 'aandachtsfunctionaris huiselijk geweld en kindermishandeling'. Dit kan iemand zijn die:

  • de meldcode toeschrijft naar de eigen organisatie, deze invoert en deze ook actief op de agenda van de organisatie houdt.
  • waar collega's bij een vermoeden van kindermishandeling mee kunnen overleggen over de vervolgstappen. Deze persoon kan bijvoorbeeld ook aanwezig zijn bij een gesprek met ouders over de zorgen.

Het doel van het overleg met de aandachtsfunctionaris is:

  • is het vermoeden van kindermishandeling terecht?
  • en zo ja, welke acties zijn nodig?

Zie ook: de Landelijke Vakgroep Aandachtsfunctionarissen Kindermishandeling.

Een aandachtsfunctionaris is niet verplicht. De beslissing of er een aandachtsfunctionaris kindermishandeling en huiselijk geweld komt, en welke taken deze persoon krijgt, is aan de organisatie zelf. Voor consultatie kunnen professionals ook altijd contact opnemen met Veilig Thuis Twente.

Verschillende organisaties bieden scholing op het gebied van de meldcode, signaleren van kindermishandeling en huiselijk geweld, en gespreksvoering over kindermishandeling en huiselijk geweld. Daarnaast zijn er organisaties die trainingen voor aandachtsfunctionarissen aanbieden.

Op de website Huiselijk geweld van het ministerie van Veiligheid en Justitie vind je een agenda met conferenties, trainingen en andere activiteiten op het gebied van huiselijk geweld.

Aandachtsfunctionarissen kindermishandeling kunnen lid worden van de Landelijke Vakgroep Aandachtsfunctionarissen Kindermishandeling.

Het Keurmerk Meldcode kun je aanvragen bij het LVAK. Het Keurmerk Meldcode wordt uitgereikt aan organisaties die hun protocol succesvol hebben laten toetsen.

Neem voor vragen over de aandachtsfunctionaris kindermishandeling contact op met Riet Haasnoot via e-mail (R.Haasnoot@ggdtwente.nl) of via het telefoonnummer 053 - 487 6833.