Met de volgende onderwerpen:
- het Z-team voor professionals
- tularemie
- ontwikkeling van een platform over zoönosen

logo Twents Netwerk Zoönosen

Verder wijzen wij u graag op het volgende symposium:

Nationaal symposium zoönosen op 3 december 2019

Wat doen boeren, dierenartsen, slachterijen, fabrikanten en onderzoekers om te voorkomen dat mensen ziek worden door dieren of door producten van dierlijke oorsprong? Welke afwegingen spelen een rol? Wat is de wettelijke onderbouwing? Wat zijn de kosten van preventieve maatregelen en door wie worden deze betaald? Welke preventieve maatregelen zijn mogelijk om zoönosen te voorkomen?

 

Graag willen we u informeren over de onderstaande pilot, een initiatief van het Twents Netwerk Zoönosen:

Z-team Twente

logo Twents Netwerk Zoönosen Z-teamDe bestrijding van zoönosen ligt op het vlak van humane geneeskunde, diergeneeskunde en de publieke gezondheidszorg. In 2013 is het Twents Netwerk Zoönosen (TNZ) opgericht. Met enige regelmaat worden vragen betreffende een (mogelijke) zoönose casus vanuit het veld aan leden van het TNZ gesteld. Met toestemming van de aanvrager wordt de casus in deze groep besproken en adviezen worden dan teruggekoppeld. Deze consultfunctie met multidisciplinair karakter wordt nu meer geconcretiseerd door het oprichten van dit regionaal multidisciplinair overleg van zoönose experts uit verschillende disciplines: het Z-team.

Samenstelling

Het Z-team bestaat uit een arts-microbioloog, huisarts, dierenarts en een arts-infectieziekten.

Werkwijze

Heeft u als arts of dierenarts uit de regio Twente een vraag naar aanleiding van een casus over een zoönose en de bestrijding / behandeling daarvan, dan kunt u die vraag voorleggen aan het Z-team.

  1. Arts of dierenarts werkzaam in de regio Twente legt vraag of casus voor aan lid van het Z-team, zo mogelijk degene van zijn/haar eigen discipline.
  2. Z-team lid beoordeelt samen met inbrenger of de vraag of casus geschikt is voor het Z-team.
  3. Vraag wordt ingebracht bij het Z-team
  4. Z-team leden leveren vanuit hun eigen expertise input, waarbij zij gebruik kunnen maken van hun eigen netwerk.
  5. Z-team reageert binnen 1 week op de vraag van de professional.

Vragen en casus worden geanonimiseerd ingebracht. Afgeronde casus worden binnen de organisatie van één van de Z-teamleden (waar de vraag binnen is gekomen) gearchiveerd.

Contactgegevens Z-team

Wanneer u belt of mailt, geef aan dat u belt met een vraag voor het Z-team.

Pilot

Het Z-team start vanaf 1 december 2019 als een pilot project voor de duur van anderhalf jaar, waarna deze zal worden geëvalueerd.

 

Tularemie

Eind oktober van dit jaar heeft GGD IJsselland een melding gekregen van de vondst van een dode haas, waar tularemie bij is vastgesteld. Deze haas werd gevonden door een jager in een gebied dat grenst aan de regio Twente. De jager heeft aangegeven al meer dode hazen te hebben gezien.

Het jachtseizoen is weer begonnen en het is mogelijk dat jagers in aanraking komen met hazen met tularemie. Als arts kunt u hier aan denken wanneer een patiënt zich meldt met bijpassende klachten.

Bij mensen

Tularemie kan zich uiten in verschillende ziektebeelden. Het meest voorkomende beeld in Europa is een ulcus en/of regionale lymfeklierzwelling. De incubatietijd is 1-14 dagen, meestal 3-5 dagen.

wond door tularemie op linkerbeen boven enkelGewoonlijk begint de ziekte met koorts, hoofdpijn, spierpijn en keelpijn. Binnen 24 tot 48 uur verschijnt er een ontstoken blaar op de plaats van infectie, meestal een vinger, arm, oog of het gehemelte. Omdat de ziekte zeldzaam is en de klachten verward kunnen worden met andere aandoeningen (anthrax) is het moeilijk om de diagnose te stellen.

Niet iedereen wordt ziek na een besmetting. Of iemand ziek wordt hangt af van het type bacterie, de hoeveelheid bacteriën die in het lichaam zijn gekomen, de immuun status en de wijze van besmetting.

Tularemie is goed te behandelen met antibiotica. Ook al kunnen symptomen wekenlang aanhouden, de meeste patiënten herstellen volledig.

Bij dieren

Hazen en knaagdieren vertonen bij tularemie verschijnselen van lethargie, een opstaande vacht, verminderde eetlust en "dronken" gedrag. Het ziektebeeld bij andere diersoorten is afhankelijk van de gevoeligheid voor deze infectie en varieert vrijwel geen symptomen tot een ernstige bloedvergiftiging. Verschijnselen die kunnen optreden zijn onder andere koorts, stilzitten, verminderde eetlust, stijfheid en algehele malaise. Hoesten of diarree kunnen ook voorkomen. Opvallend is vaak een verdikking van de lymfeknopen vlak bij de plaats waar de bacterie via wondjes of insectenbeten via de huid is binnengedrongen.

Bij honden zijn de ziekteverschijnselen meestal mild. Onder landbouwhuisdieren is incidenteel melding gemaakt van tularemie, maar onduidelijk is of deze dieren besmet kunnen raken met het type F. tularensis dat in Europa voorkomt. Schapen zijn waarschijnlijk gevoeliger voor deze infectieziekte. De incubatietijd is één tot tien dagen.

Wanneer tularemie is vastgesteld bij huisdieren kan behandeling met antibiotica worden overwogen, maar voor zover bekend herstellen de dieren vanzelf binnen een paar dagen.

Transmissie

Konijnen, hazen en knaagdieren (vooral woelmuizen) vormen het belangrijkste reservoir. De drie belangrijkste transmissieroutes voor mens en dier zijn:

  • direct contact met een besmet dier: bijvoorbeeld het hanteren van een besmet dier (villen) of eten van onvoldoende verhit vlees van een besmet dier
  • vanuit besmet milieu (grond en water): drinken van besmet oppervlakte water of inademen tijdens maaien of hooien
  • insectenbeten zoals een beet van een besmette teek, mug of daas

De ziekte is niet van mens op mens overdraagbaar.

Artikel Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde:
Een jongen met tularemie na een modderrace

Wat kun je doen als je een wild dier dood vindt?

Zieke of dood gevonden hazen of andere in het wild levende dieren kunnen worden gemeld bij het Dutch Wildlife Health Centre. Draag handschoenen en een mondkapje bij aanraken van dode dieren en was hierna uw handen met water en zeep.

 

Platform voor professionals over zoönosen

Ontwikkeling door Universiteit Twente

Beste huisarts of dierenarts,

Vanuit de Universiteit Twente (onder leiding van Prof Dr. Lisette van Gemert-Pijnen en Dr. Nienke Beerlage-de Jong) loopt momenteel een onderzoek naar hoe we een zorgverlenersnetwerk kunnen ontwikkelen m.b.t. zoönosen. Het doel van dit netwerk is om de verschillende sectoren (humaan, veterinair en publiek) beter met elkaar te laten samenwerken en een plek voor hen te creëren waar zij elkaar gemakkelijk kunnen vinden in tijde van besmettingen of uitbraken van zoönose.

Voor de ontwikkeling van het zorgverlenersnetwerk, wil ik graag bepalen aan welke ondersteuning huisartsen en dierenartsen behoefte hebben, wat zij daarbij van belang vinden (waarden) en hoe een technologisch netwerk hierin kan voorzien (requirements). Om een volledig beeld te krijgen van deze waarden en requirements m.b.t. een zorgverlenersnetwerk zou ik graag 2 huisartsen en 2 dierenartsen willen vragen of zij bereid zijn deel te nemen aan dit onderzoek, in de vorm van een interview. Dit zal ongeveer 30-45 minuten duren en ik kan hiervoor op locatie komen maar dit kan ook per telefoon. De interviews staan op de planning tussen 11 november – 6 december.

Bij interesse in deelname aan dit onderzoek wil ik u vragen contact op te nemen via mail b.e.bente@utwente.nl of per telefoon 053 489 9660.

Met vriendelijke groet,
Britt Bente, MSc.
Junior-onderzoeker, vakgroep Psychologie, Gezondheid en Technologie
Universiteit Twente

 

Gevonden wat je zocht?
 
Heb je gevonden wat je zocht?
Invalid Input
Invalid Input
Invalid Input