Elke school heeft leerlingen over wie de leraren zich zorgen maken. Soms zijn het kinderen met gedragsproblemen: extreem druk, brutaal of juist heel stil en teruggetrokken.

Het hoeft niet altijd een ernstig probleem te zijn, maar misschien is het iets waarbij het nuttig is er samen met een deskundige naar te kijken. Om kinderen met problemen sneller en eenvoudiger te helpen is er op alle scholen zorgoverleg in een Zorg Advies Teams (ZAT) of een Zorgteam.

Wie zitten er in een ZAT?

Het bestaat uit mensen van school die zich met leerlingenzorg bezighouden (zoals de zorgcoördinator en de schoolmaatschappelijk werker), maar ook medewerkers van buiten de school, bijvoorbeeld de leerplichtambtenaar en Jeugdbescherming Overijssel. De jeugdarts of jeugdverpleegkundige van GGD Twente Jeugdgezondheidszorg neemt ook deel aan het ZAT. Zij hebben de gegevens van de ontwikkeling van kinderen vanaf hun geboorte in het Kinddossier. Een ZAT komt meestal 4 tot 8 keer per schooljaar bij elkaar.

Aanpak

De school bespreekt de zorgen over een leerling eerst met de ouders. Als deze toestemming geven, kan het kind aandacht krijgen van het ZAT. Daar kijkt men wat het probleem is en wat is er al is gedaan. Kan de school nog meer doen of is professionele hulp gewenst? En zo ja, door wie dan? In overleg met de ouders zoekt het ZAT de juiste hulp voor het kind.

Het team geeft die hulp niet zelf, maar adviseert en houdt in de gaten of de hulp het gewenste effect heeft. De privacy van leerlingen wordt gewaarborgd volgens de wet op de persoonsregistratie.