Je kunt deze folder over pneumokokkenziekte hier ook als pdf downloaden.

Wat is pneumokokkenziekte?

Pneumokokkenziekte is een besmettelijke ziekte. Mensen krijgen het door een bacterie: de pneumokok. Mensen kunnen verschillende ziektes krijgen door pneumokokken.

Wat zijn de klachten bij pneumokokkenziekte?

Niet iedereen die besmet is met de pneumokok wordt ziek.
De klachten kunnen zijn:

  • oorontsteking
  • ontsteking van de bijholtes, deze holtes zitten links en rechts naast de neus

Soms zijn de klachten ernstig:

  • longontsteking: hoge koorts, hoesten en benauwd
  • hersenvliesontsteking: hoge koorts, hoofdpijn en een zere en stijve nek, vooral als je het hoofd voorover buigt
  • bloedvergiftiging: hoge koorts, hoofdpijn, braken, verward en suf

De tijd tussen besmet raken en ziek worden is 1 tot 3 dagen.

Hoe kun je pneumokokkenziekte krijgen?

De pneumokok zit in de keel van iemand die besmet is.

  • Door hoesten en niezen komen kleine druppeltjes met de bacterie in de lucht. Mensen kunnen deze druppeltjes inademen en besmet raken.
  • Ook door direct contact, zoals zoenen.

Krijgt iemand antibiotica tegen pneumokokken? Dan is hij na 48 uur nadat hij begonnen is met de antibiotica niet meer besmettelijk.

Wie kan pneumokokkenziekte krijgen?

Iedereen kan pneumokokkenziekte krijgen.
Sommige mensen hebben meer kans om ziek te worden:

  • kinderen onder de 3 jaar
  • kinderen die meer dan 3 dagen per week naar de kinderopvang gaan
  • kinderen uit gezinnen met meer dan 5 mensen
  • tieners die veel in grote groepen samen zijn, bijvoorbeeld op een feest
  • mensen die roken
  • mensen die griep hebben gehad

Sommige mensen kunnen er erger ziek van worden:

  • kinderen jonger dan 2 jaar
  • mensen ouder dan 60 jaar
  • mensen zonder milt of met een slecht werkende milt
  • mensen die minder goede afweer hebben tegen ziektes
  • mensen die al een ziekte hebben, bijvoorbeeld diabetes, of een ziekte aan de longen of het hart

Er zijn verschillende soorten pneumokokken-bacteriën. Iemand die de ziekte heeft gehad, bouwt er afweer tegen op. Maar alleen voor het soort pneumokok waar hij ziek door is geworden. Iemand kan dus vaker pneumokokkenziekte krijgen.

Wat kun je doen om pneumokokkenziekte te voorkomen?

Heeft iemand pneumokokkenziekte? Dan krijgt hij medicijnen die een dokter voorschrijft (antibiotica). Als hij deze medicijnen krijgt, is hij na 2 dagen niet meer besmettelijk. Als iemand erg ziek is, is opname in het ziekenhuis nodig.

Bij snelle behandeling worden de meeste mensen weer helemaal beter. Soms blijven er nog klachten bestaan, bijvoorbeeld doof blijven, scheel kijken en moeite met leren. Soms overlijdt er iemand aan pneumokokkenziekte.

Bij hoesten of niezen:

  • Gebruik een papieren zakdoek. Heb je geen papieren zakdoek bij de hand? Hoest dan in de plooi van je elleboog.
  • Gebruik een zakdoek maar één keer.
  • Gooi de zakdoek na gebruik weg.
  • Was hierna je handen.

Het is niet nodig om bij iedereen die hoest of niest uit de buurt te blijven. Houd pasgeboren baby's wel uit de buurt van hoestende en niezende mensen.

Handen wassen

Was regelmatig de handen met water en zeep, zeker na hoesten, niezen en neus snuiten.
Handen wassen doe je zo:

  • Maak de handen goed nat onder stromend water.
  • Neem wat vloeibaar zeep uit een pompje.
  • Wrijf de handen over elkaar. Zorg dat er zeep op de binnenkant en buitenkant van de handen zit. Wrijf goed alle vingertoppen in. Vergeet de duimen niet. Wrijf ook tussen de vingers.
  • Spoel de zeep goed af, onder stromend water.
  • Droog de handen goed af aan een schone handdoek of aan een papieren handdoek bijvoorbeeld keukenrol.

Zie ook de film 'Handen wassen - Doe het goed en vaak' (opent nieuw scherm) van het RIVM.

Is pneumokokkenziekte te behandelen?

Pneumokokkenziekte gaat niet vanzelf over. Een arts schrijft antibiotica voor. Als iemand erg ziek is, is opname in het ziekenhuis nodig. Soms overlijdt iemand aan pneumokokkenziekte.

Kan iemand met pneumokokkenziekte naar een kindercentrum, school of werk?

Voelt een kind zich goed? Dan kan het gewoon naar de kinderopvang of school. Thuisblijven helpt niet om te voorkomen dat anderen ziek worden.

Heeft je kind pneumokokkenziekte? Vertel het dan aan de leidster of de leerkracht. Zij kunnen in overleg met de GGD andere ouders informeren. Ouders kunnen dan letten op klachten van pneumokokkenziekte bij hun kind.

Een volwassene die zich weer goed voelt, kan gewoon werken.

Heb je nog vragen?

Bel dan met het team Infectieziekten GGD Twente.