Je kunt deze folder over bof hier ook als pdf downloaden.

Wat is bof?

Bof is een besmettelijke ziekte. Mensen krijgen het door een virus. De klier die speeksel maakt is dan ontstoken. Deze klier zit bij het oor.

Wat zijn de klachten bij bof?

Niet iedereen die bof heeft wordt ziek. De klachten kunnen zijn:

  • dikke wang en hals, vaak aan 1 kant van het gezicht
  • pijn in of achter het oor, vooral bij kauwen en slikken
  • droge mond
  • koorts
  • hoofdpijn

De tijd tussen besmet raken en ziek worden is 12 tot 25 dagen. Meestal ongeveer 17 dagen.

Hoe kun je bof krijgen?

Het virus zit in de neus en keel van iemand die besmet is. Door hoesten en niezen komen kleine druppeltjes met het virus in de lucht. Mensen kunnen deze druppeltjes inademen en besmet raken.

Iemand is al 1of 2 dagen besmettelijk voordat hij zelf ziek wordt. Bof is besmettelijk tot 5 dagen na het begin van de klachten. Iemand kan bof hebben zonder klachten. Ook dan kan iemand anderen besmetten.

Wie kan bof krijgen?

Iedereen kan bof krijgen. Heeft iemand 2 inentingen tegen bof gehad? Dan is hij goed beschermd tegen de ziekte. Soms krijgen de mensen die ingeënt zijn toch bof. Door de inenting zijn ze er dan minder ziek door.

Sommige mensen hebben meer kans om ziek te worden:

  • baby’s tussen de 6 en 14 maanden oud
  • mensen die niet zijn ingeënt tegen bof en de ziekte nog niet hebben gehad

Sommige mensen kunnen erger ziek worden door bof:

  • Kinderen tussen 3 en 7 jaar oud hebben een kleine kans op hersenvliesontsteking.
  • Volwassen mannen krijgen soms een ontsteking van de zaadbal. Hierdoor kan een man minder vruchtbaar worden.

Iemand die bof heeft gehad kan de ziekte niet opnieuw krijgen.

Wat kun je doen om bof te voorkomen?

Er is een inenting om de ziekte te voorkomen. Kinderen krijgen 2 keer een BMR-inenting (Bof, Mazelen en Rodehond). Ze krijgen er 1 als ze 14 maanden oud zijn en 1 als ze 9 jaar oud zijn.

Bij hoesten of niezen:

  • Gebruik een papieren zakdoek. Heb je geen papieren zakdoek bij de hand? Hoest dan in de plooi van je elleboog.
  • Gebruik een zakdoek maar één keer.
  • Gooi de zakdoek na gebruik weg.
  • Was hierna je handen.

Het is niet nodig om bij iedereen die hoest of niest uit de buurt te blijven. Houd pasgeboren baby's wel uit de buurt van hoestende en niezende mensen.

Was regelmatig de handen met water en zeep, zeker na hoesten, niezen en neus snuiten. Handen wassen doe je zo:

  • Maak de handen goed nat onder stromend water.
  • Neem wat vloeibaar zeep uit een pompje.
  • Wrijf de handen over elkaar. Zorg dat er zeep op de binnenkant en buitenkant van de handen zit. Wrijf goed alle vingertoppen in. Vergeet de duimen niet. Wrijf ook tussen de vingers.
  • Spoel de zeep goed af, onder stromend water.
  • Droog de handen goed af aan een schone handdoek of aan een papieren handdoek bijvoorbeeld keukenrol.

Zie ook de film 'Handen wassen - Doe het goed en vaak' (opent nieuw scherm) van het RIVM.

Is bof te behandelen?

Bof gaat na een week vanzelf weer over. Bel de huisarts als je denkt dat je bof hebt. De huisarts kan onderzoeken of je bof hebt.

Kan iemand met bof naar een kinderdagverblijf, peuterspeelzaal, school of werk?

Voelt een kind zich goed? Dan kan het gewoon naar de kinderopvang of school. Bof is al besmettelijk voordat iemand klachten krijgt. Thuisblijven helpt niet om te voorkomen dat anderen ziek worden.

Heeft je kind bof? Vertel het dan aan de leidster of de leerkracht. Zij kunnen in overleg met de GGD andere ouders informeren. Ouders kunnen dan letten op klachten van bof bij hun kind.

Voelt een volwassene zich goed? Dan kan hij weer naar het werk.

Werk je in de zorg? Of met kleine kinderen?
Dan moet je eerst overleggen met je werkgever, de bedrijfsarts of de GGD voor je weer gaat werken.

Heb je nog vragen?

Bel dan met het team Infectieziekten GGD Twente.