Week tegen de Kindermishandeling van 19 t/m 25 november: Thema: "Ik maak het verschil."

Iedereen kan iets betekenen voor een kind dat opgroeit in een onveilige thuissituatie. Deze blog schreef Riet Haasnoot op verzoek van het NCJ naar aanleiding van de lezing “Voorzichtig, breekbaar. Over kinderrechten en kindermishandeling”.
Bij deze lezing waren ongeveer 50 studenten aanwezig die ingingen op verschillende cases rondom het thema.

portret van RietHaasnootRiet Haasnoot is arts Maatschappij en Gezondheid, stafarts Jeugdgezondheid en is betrokken bij de Academische Werkplaats Jeugd Twente.

"En Dylan...?"

“Hoi mam.”
...
“Ja, kan wel even. Ik ben met Chantal.”
...
“Ik studeer heus wel, we waren vanavond zelfs bij een lezing van de studentenvereniging.”
...
“Waarover? Kindermishandeling.”
...
“Ja, was best heftig. Die jeugdarts vertelde over iemand, die was net zo oud als ik en die had dus al een kind.”
...
“Ja-ha, wéét ik. Dat ging ook niet goed. Ze kreeg extra hulp van het consultatiebureau, al voordat ie geboren was. Was maar goed ook, hij bleef maar huilen.”
...
“O ja, Dylan van de buren. Werd die wel eens door elkaar geschud? We zagen een film wat er dan gebeurt met een baby. Dát was heftig zeg! Bloedingen en beschadiging van het oog en de hersenen en zo. Hebben jullie daar nog wel eens met de buren over gepraat? Want later was Dylan ook niet zo makkelijk he. Buurvrouw Jannie gaf hem soms een klap.”
...
“Nee, dat zei die jeugdarts ook al. Dat het moeilijk is om erover te praten met elkaar. En dat je het niet altijd weet, maar soms wel vermoedens hebt. Dus jullie hebben nooit met de buren....? En Dylan...?”
...
“Hmm. Tijdens de lezing moest ik trouwens nog denken aan een paar kinderen van mijn basisschool. Weet je nog mam, dat Mandy altijd op school mocht ontbijten?”
...
“O, dat wist ik niet. Goed zeg, dat juf Ineke dat deed. Hoe is het dan nu met Mandy?”
...
“Wauw, nooit verwacht. En dat begon allemaal door dat gesprekje met juf Ineke? Ja, wij kregen ook tips om iets te doen. Om erover te praten en hoe dan.”
...
“Dan kun je ook Veilig Thuis bellen, he. Als je het lastig vindt om…”
...
“Dat lawaai is buiten, mam. Chantal en ik drinken gewoon gezellig wat.”
....
“Ja. Nee. Ja. Maar mam, ik geloof dat mijn batterij net leeg is. Dus ik moet stoppen. Ik bel je later nog. Ja, jij ook. Ja. Doeg.”